Page 31 - VA07_2021
P. 31

andere benodigdheden naar Haïti.” De
                                        door John opgerichte universiteit – die
                                        tegenwoordig Université Episcopale
                                        d’Haïti heet – is nog altijd een groot suc-
                                        ces. John begon met twee faculteiten,
                                        maar inmiddels heeft de universiteit
                                        niet minder dan elf faculteiten.

                                        Fietstocht
                                        Een Universiteit heeft geld nodig om
                                        studenten goed onderwijs te kunnen
                                        bieden. Om geld op te halen voor de
                                        universiteit bedacht John een heel
                                        bijzonder middel: een fietstocht door de
                                        Verenigde Staten. “De Verenigde Staten   John Veldhuis: “Op mijn 15e emigreerden
                                        lenen zich beter voor zo’n tocht dan   we naar Canada.”
                                        Canada”, legt hij uit. “Zowel geografisch
                                        als qua klimaat.” John kocht een fiets,   beklom ik de Kilimanjaro, op mijn 70e
                                        een tent en een slaapzak en vertrok.   maakte ik een fietstocht van Kopenha-
                                        “Onderweg werd ik uitgenodigd voor   gen naar Gibraltar en op mijn 75e heb
                                        lezingen bij allerlei verenigingen en ker-  ik een voettocht van 650 mijl gemaakt
                                        ken. Ik haalde daarbij in totaal $ 17.000   door de Apalachen.” Als gevolg van
                                        op. En aan het einde van de tocht – in   ziekte van zijn vrouw heeft John ter ge-
     John ontmoette zijn vrouw Nancy in Florida,   Florida – ontmoette ik via wederzijdse   legenheid van zijn 80e verjaardag geen
     tijdens een fietstocht door de Verenigde   vrienden mijn vrouw.” Omdat Johns   avontuurlijke reis gemaakt. “Dat doe
     Staten.                            vrouw Amerikaanse is en een goede   ik wel weer op mijn 85e”, glimlacht hij.
                                        baan heeft, woont John sindsdien – met   “Maar ter vervanging heb ik toen met
     Het antwoord op die vraag diende zich   een onderbreking van 2 jaar toen hij   een stel vrienden een reis door Neder-
     al snel aan. Via zijn kerk hoorde John   in Oeganda werkte – in de Verenigde   land gemaakt. Ik was de gids. Natuurlijk
     van de precaire situatie op Haïti, waar   Staten, in Alexandria. “We wonen nu   hebben we daarbij ook Epe bezocht. We
     medio jaren ’90 veel behoefte was   dichtbij Washington DC. Als ik wil, ben   sliepen in hotel Dennenheuvel. Het was
     aan hulp. “Men wilde graag een eigen   ik binnen een kwartier in de hoofdstad.”  prachtig.”
     universiteit op het eiland, dus die ben
     ik toen gaan opzetten”, zegt hij. “In een   John heeft drie kinderen uit zijn eerste   Konijnen
     periode van een jaar of 2 heb ik het on-  huwelijk, die allemaal in Canada wonen.   Hoewel hij al heel lang weg is uit Epe,
     derwijsprogramma ontwikkeld. Ik kreeg   Ook Johns vrouw Nancy heeft drie   bewaart John warme herinneringen aan
     daarbij trouwens hulp van het Canadese   kinderen. Behalve met familie en de   het dorp. “Ik had een mooie jeugd in
     leger; het 22e regiment van het Cana-  Rotary, waar John lid van is, is hij nog   Epe”, zegt hij. “Ik ging naar de School
     dese leger was gestationeerd op Haïti.   steeds actief op allerlei andere vlakken.   met den Bijbel [tegenwoordig de Anne
     Zij hebben mij veel geholpen, bijvoor-  Zo vertelt hij dat hij om de 5 jaar een   de Vriesschool, red.] en kreeg heel goed
     beeld met het vervoeren van boeken en   avontuurlijk reis maakt. “Op mijn 65e   onderwijs van meester Marinussen,
                                                                            een fantastische onderwijzer.” Ook de
                                                                            oorlog heeft een onuitwisbare indruk
                                                                            gemaakt op de jonge Evert/John. “Het
                                                                            begin van de oorlog weet ik niet meer”,
                                                                            zegt hij. “Maar de jaren ‘44 en ‘45 staan
                                                                            me nog helder voor de geest. Zo weet
                                                                            ik nog dat ik toen konijnen hield. Maar
                                                                            in die periode verdwenen die konijnen
                                                                            vaak. Op onverklaarbare wijze stonden
                                                                            ze dan ineens op tafel.” Ook weet hij
                                                                            nog goed dat Epe bevrijd werd. “Er za-
                                                                            ten Canadezen bij de begraafplaats aan
                                                                            de Tongerenseweg, vlakbij ons huis”,
                                                                            vertelt hij. “Daar heb ik voor het eerst
                                                                            van mijn leven wit brood geproefd. De
                                                                            Canadese soldaten hadden wit Italiaans
                                                                            brood bij zich en gaven mij een stuk.
                                                                            Dat was heerlijk. Als ik eraan denk,
                                                                            proef ik het weer.”

                                                                                  Tekst: Henk-Jan Hoekjen
     Op deze foto uit 1928 staan Johns vader Hendrik Jan Veldhuis (links, staand) en zijn ooms   Foto’s: John Veldhuis, Gert van den
     Evert Jan en Gerrit Veldhuis (middenvoor, zittend).                          Esschert
     VA-KRANT                                                           HOE ZOU HET GAAN MET...?  |  31
   26   27   28   29   30   31   32