Sale!

Het Architectenboek deel 7

 44,95  17,50

Corporate identity: keurslijf of katalysator?

Architecten hebben vanaf het begin van de jaren tachtig hun maatschappelijke verantwoordelijkheid meer en meer geofferd op het altaar van het postmodernisme. Velen van hen hebben zich immers zonder scrupules gevoegd naar de wensen van het internationalebedrijfsleven. Is er in dit opzicht sprake van een Faustiaans pact dat de authentieke creativiteit van de architectuur smoort?

Hardcover, 158 pagina’s
ISBN: 9789080760875

Categorieën: , Tag: Artikelnummer: 1701

Beschrijving

Het Architectenboek deel zeven gaat over de corporate identity van opdrachtgevers en alle andere beperkingen waarmee architecten/ontwerpers in het dagelijks leven worstelen wanneer zij proberen hun creatieve impulsen gestalte te geven.

Het boek is bijzonder omdat het, anders dan in vele andere boeken, in de verschillende interviews (sowieso al uniek) ook ingaat op de zaken die de creativiteit van de ontwerper/architect juist fnuiken. Behalve de successen komen dus ook de frustraties over ‘slechte opdrachtgevers’ aan bod. Dat maakt het boek niet alleen vermakelijk, maar ook erg leerzaam: wanneer opdrachtgevers zich bewust zijn van de wensen, ideeën én frustraties van architecten/ontwerpers, is het wellicht mogelijk om in de toekomst tot een betere samenwerking te komen.

Het Architectenboek deel zeven kent tal van hoogtepunten. Architecten die worden uitgenodigd om te spreken over hun beperkingen en frustraties blijken de ene anekdote na de andere uit hun mouw te kunnen schudden. En dat levert prachtige verhalen op. Een willekeurige greep uit de opgetekende wetenswaardigheden:

Jan des Bouvrie – de goeroe van het witte interieur – bekent in het Architectenboek deel zeven dat hij één keer een zwart interieur heeft ontworpen, en wel vlak na zijn scheiding. “Ik ben bang dat ik mijn opdrachtgever toen met mijn eigen depressie heb opgezadeld.”

Architect Koen van Velsen heeft geen goed woord over voor de soms ‘onmenselijke’ zorgarchitectuur in ons land: “Het gemiddelde ziekenhuis in ons land is uitgevoerd met witte muren, systeemplafonds, TL en Marmoleum. Dat zijn écht de iconen van de ziekenhuisinrichting.”

Ontwerpster Ineke Hans maakt zich vrolijk over ontwerp-studenten die denken dat het leven van een designer glamorous is. “Ik kom wel eens op designopleidingen en zie dan soms studenten lopen die echt ‘designertje spelen’ – de juiste bril, eigenzinnige kleding, je kent het wel – maar daar gaat het in mijn vak uiteindelijk natuurlijk helemaal niet om. Om je te ontwikkelen als ontwerper moet je echt jarenlang hard werken op basis van een eigen visie.”

NL Architect Kamiel Klaasse heeft bedenkingen bij de huidige duurzaamheidsmode: “Duurzaamheid moet niet een té overheersend thema worden dat andere belangrijke ontwerpaspecten overvleugelt. Want op dat moment verandert duurzaamheid van een positief aspect in een gevaarlijke doctrine.”

De bekende ontwerper Piet Boon pakt zijn architecturale projecten anders aan dan ‘gewone’ architecten: “Wij beginnen een ontwerp dus altijd van binnenuit en het exterieur ontstaat logisch vanuit de keuzes in het interieur. Architecten werken vaak andersom: zij bedenken eerst een mooie gevel en onderzoeken vervolgens hoe ze binnen dat gegeven een functionerende binnenruimte kunnen realiseren.”

Interieurarchitect Evelyne Merkx vermoedt dat haar vak vaak onderschat wordt: “Het bijzondere aan onze projecten is dat het ons lukt is om ruimtes er totaal vanzelfsprekend uit te laten zien. Maar daar is dus heel veel denkwerk voor nodig.”

Deze én tal van andere anekdotes – bijvoorbeeld over het houten vlot van 2012Architecten, de grijze auto van NL Architects, Koen van Velsens afkeer van Veronica-blauw en de olifant van Jan des Bouvrie – is te lezen in het Architectenboek deel zeven.